landbouw

   Nieuws en discussie over actuele agrarische ontwikkelingen in Nederland

« Boer de pineut van verkeerd waterbeleid | Home | Boeren en tuinders kunnen meer betekenen voor toekomstig waterbeheer »

De suikerfabricage ten tijde van onze verre voorouders


Door J. Lubbers,

Update 22 oktober 2009

1 Inleiding

We schrijven September 1867 en in ons land bevinden zich 13 stoom beetwortelsuiker fabrieken . Een groot aantal is gevestigd in West Brabant . In veel tijdschriften ,met name het “Nederlands Magazijn “,wordt druk geschreven hoe deze cultuur en landbouwindustrie in navolging van Duitsland en Frankrijk ook in ons land tot bloei kwam .

Zelfs een letterkundige namelijk - E J Potgieter- heeft toen in zijn novelle “Jan , Jannetje en hun jongste kind”, passages opgenomen over “bietenkroten” en de suiker die daaruit werd gewonnen .Na lezing werd mijn nieuwsgierigheid gewekt om een suikerfabriek in werking te zien en- gezien huidige campagne tijd - kwam die wens terug . Een bezoek zou mogelijk zijn werd bericht na het zenden van een verzoek aan de directie van een suikerfabriek in Oudenbosch (NB).Een Franstalige surveillant (opzichter) zou de rondleiding verzorgen , op de in het bericht vastgestelde datum en tijdstip .Per omgaande post liet ik weten vereerd te zijn met de uitnodiging .Het dorp waar de fabriek was gevestigd lag echter ver van mijn woonplaats verwijdert en het zou veel geld kosten als per diligence zou worden gereisd Goedkoper zou het zijn om de reis te maken met een postkoets . Daarom werd contact opgenomen met de plaatselijke postmeester en na mijn voornemen aan hem te hebben voorgelegd,zou hij een collega -die de post verzorgde voor West Brabant -daarvan op de hoogte te stellen . Na een week kreeg ik bericht dat een retourreis mogelijk was op eigen risico .Het bericht krijgt “”gestalte”” als enige dagen voor de afgesproken datum een roodkleurige koets met de posthoorn duidelijk maakt, dat de lang verwachte reis zal beginnen Met een vol gepakte koffer “ spoed “ ik naar buiten . De geüniformeerde koetsier stapt van de bok en na zich te hebben voorgesteld, ontfermt hij zich over de bagage ,laat de trede van de koets neer en opent een portier zodat plaats genomen kan worden naast een stapel , met post gevulde zakken Ze zijn dichtgebonden met touw en voorzien van adres labels .In de ruimte hangt een muffe geur naar zakken Na een roep van de koetsier, zetten de paarden de koets in beweging .Door een raam is de ruimte waarin meerdere dagreizen zal worden doorgebracht, goed verlicht met uitzicht op dorpje’s en stadje’s die gepasseerd worden met zand -of steenslag wegen , veelal in zodanige staat ,dat de koets hevig rammelt en schudt. De tocht voert van herberg naar herberg waar s’avonds de trede van de koets wordt neergelaten zodat kan worden uitgestapt , de paarden uitgespannen, aan een ruif gezet, gevolgd door het ritueel van uit- en inladen van post Daarna wordt een maaltijd genuttigd ,aan ruwhouten tafels, gesteund op schragen . De herbergen hebben fantasierijke namen “Het dorstige hert” , ”De laatste stuiver “ “Het gouden kalf” Geslapen wordt onder een dek van veren of stro gevulde zakken. De vertrektijd is steeds in het holst van de nacht .Na drie dagreizen stopt de koets bij een herberg in het dorp “Standaarbuiten “voor mij het eindpunt van de lange reis ,want de bode zegt ,dat hij voor afgifte en ontvangst van post nog een aantal dorpen verder moet . Na afscheid en overhandigen van wat geld ,waarvoor hij dankbaar is ,voeg ik me bij de gasten in de herberg . Het contact verloopt moeizaam niet alleen door het gesproken dialect ,maar vooral tengevolge van het grote wantrouwen, bij zowel de waard ,als aanwezigen . Zo geeft de waard ,na een periode van lang stilzwijgen, te kennen dat vooraf moet worden betaald en daarom is het laat in de avond als de maaltijd wordt genuttigd , De nacht wordt doorgebracht op een zolder in een bedompte bedstede onder een aantal voddige dekens . Vroeg in de ochtend word ik wakker door het gedender van bietenwagens over de met klinkers bestrate dorpsweg en bedenk, dat het grote gebeuren ,het bezichtigen van de suiker fabriek, niet lang op zich zal laten wachten , Na het verfrissen -dank zij de luxe van water in een grote kom op een wankel tafeltje -wordt in het donker de ladder “afgestrompeld “. De waard gromt “ bon matin “ (goede morgen ) en wijst naar een tafel met daarop een gereed ontbijt . Tijdens het nuttigen wordt gevraagd naar de plaats van de fabriek In een onverstaanbaar dialect probeert de waard -breed gebarend– uit te leggen dat van drie fabrieken gevestigd aan de rand van het dorp Oudenbosch er twee staan bij de haven. Van die twee zou de fabriek het dichtst bij het dorp in aanmerking komen. Hoewel zijn uitleg niet wordt begrepen ,weet hij duidelijk te maken bij het vinden van de weg te letten op “”bieten wagens “: die de “Markweg “ inslaan ,een van de vele zandwegen in het dorp .Omdat Oudenbosch een uur gaans is verwijderd van Standaarbuiten “ga ik te voet .Na enige omzwervingen is de weg gevonden , want meerdere - met bieten geladen wagens zie ik daar afslaan.

2 Aankomst bij de fabriek en het “”buitengebeuren””

De hier en daar kalkstoffige weg voert langs landerijen waar de bietenoogst in volle gang is. .Mannen gewapend met kleine spaden rooien de wortels door ze uit te steken , waarna met een groot mes de bladstelen worden verwijderd .Gerooide bieten worden op hopen gegooid ,waarna ze door vrouwen worden verzameld in korven en naar een gereedstaande wagen gebracht. Daarna worden ze vervoerd naar een van de fabrieken in de naaste omgeving .Het levert een schouwspel, dat ik in mijn woonplaats vergeefs zou moeten zoeken . .Aan de horizon zichtbare stoomwolken doen fabrieksactiviteit vermoeden zodat vrij zeker de juiste weg werd gekozen . Bovendien bevestigt een scheepje in zware diepgang -vanwege de lading suikerbieten en varende in dezelfde richting -dat eveneens . Na ruim een uur arriveer ik bij een haventje met ontelbare aken en tjalken die het bijna dempen en aangrenzende gebouwenklompen , dampend uit alle daken oorzakelijk voor de bieten lucht waarmee de gehele omgeving is doortrokken Indrukwekkende stoom spektakel vermengd met fluitsignalen en achtergrond geluid van stampende machines , maken geen vergissing mogelijk: dat moeten de fabrieken zijn. Zware loopplanken (richters) liggen naar de wal en een groot aantal mannen, getooid met draaghoeden en op de nek een grote met bieten gevulde korf ,zie ik op de kaden heen en weer sjouwen. In de ruimen van de scheepjes ,hard werkende zwaar gebouwde vrouwen gekleed in blauw wollen werkbuis en een voorschoot om de lange rokken De plompe benen zijn bedekt met slobkousen en de voeten zijn gestoken in klompen of enorme schoenen . Ze knellen de korven tussen de benen en vullen ze met bijeen geraapte modderige bieten. Soms – en dat laat zich raden -met gewonde klauwhanden in de winter ,omdat dan ijsharde bieten moeten worden los gewerkt Het strekken van de lenden gaat moeilijk : stram vanwege het vele bukken .Met moeite tillen ze steeds weer volle korven op de nek van de bietenlossers . Deze beklimmen de ladders en evenwicht zoekende met zwaaiende linkerarm ,worden de loopplanken bereikt .Daarna wordt getracht zo snel mogelijk de 50 kilo last kwijt te raken bij steeds hoger wordende bietenhopen. Bij de hopen gekomen “slaan’” ze de korven neer “ zodat sommige bleek gele bieten barsten onder sapverlies . Op een draf gaan ze terug voor opnieuw vullen van de lege korf .Om de bieten tegen naderende vorst te beschermen worden ze voor een deel gekuild . Een groep mannen is bezig kruiwagens gevuld met zand leeg te storten op wigvormige hopen van gestapelde bieten zodat er aarden wallen ontstaan Ik tel een groot aantal zodat de fabrieken zich van flinke winter voorraden hebben verzekerd. Op de kade van de dichtst bij het dorp gevestigde fabriek, zie ik een groepje mannen en terwijl ik naar hen loop ,komt er een lachende naar me toe. “Bonjour “ zegt hij . “ Mon nom est Du Pre¢ J ‘ avais vous attendu de¢ja .“ (dag zegt hij Mijn naam is du Pre Ik had u al verwacht ).Ik maak daar uit op dat hij de bewuste surveillant is voor de afgesproken rondleiding en probeer in zo goed mogelijk Frans hem te begroeten Daarna lopen we langs allengs hoger wordende dampende breed bultige hopen die in afwachting zijn om te worden verwerkt of gekuild De bieten vallen op door verscheidenheid in vorm en grootte . Sommige hebben een lange penwortel maar ronde en peervormige zijn er ook zodat het gewicht sterk verschilt van enkele honderden grammen tot iets meer dan een kilogram.,vertelt de surveillant . Terwijl de sap samenstelling van de verschillende variëteiten kwalitatief tamelijk dezelfde is, varieert de kwantiteit van de afzonderlijke bestanddelen ten zeerste en dientengevolge schommelt het suiker gehalte van 9 tot en met 13 procent . Ook de kleur van schil en vruchtvlees zijn sterk wisselend van geel ,oranje,roze tot rood Variëteiten met de naam “Silezische “- dat zijn bieten met gelige schil en wit vruchtvlees worden als suikerrijk het meest verwerkt, ofschoon gezegd moet worden dat gekleurde bieten niet zelden eveneens suikerrijk zijn . Maar zolang deze kwaliteiten niet een hoger gehalte bezitten of een ander begerenswaardige eigenschap, verwerkt men liever –gezien minder gekleurde gezuiverde sappen -de witte Silezische De lossers zijn stevig gebouwd met benige door zon gebruinde koppen ,onder een grote vilten hoed en gekleed in slonzige blauwe of bruine boezeroenen met vest en grote klompen als schoeisel. Verteld wordt dat de lossers s‘ochtends ,na de zes uur stoomfluit, zich naar de haven spoeden voor het schikken van loopplanken en stellen van ladders in de ruimen van de vele schepen. Om twaalf uur klinkt ”de fluit roep van verlossing “ voor het grootste deel van de ploegen maar een vaste ploeg blijft doorwerken en wordt pas na de “een uur fluit “ afgelost. Bij de koffie emmer om drie uur , zo gaat de surveillant verder ,zijn er vaak geen kommen genoeg voor de vele begerige handen zodat er ruzies ontstaan waarbij de buitenopzichter de scheidsrechter rol vervult . Een deel van de lossers werkt minstens 120 dagen per jaar tot s ‘avonds 7 uur -ook Zondag’s- vaak onder barre weersomstandigheden tengevolge van herfst-of winterse buien want hoewel bij hevige buien mag worden geschuild in de slaapketen is er steeds een vaste ploeg die doorwerkt . Zijn informatie maakt op mij diepe indruk en daarom wordt gevraagd of het werk op de kade ,wel in alle rust verloopt . De surveillant antwoordt ontkennend en vertelt dat er vaak verwarring is bij de werkende menigte tijdens hevige ruzies van geldbegerige schippers die elkaar de losbeurt misgunnen en vloeken om verloren dagen die moeten worden doorgebracht in het smalle haventje met kans op beschadiging van de scheepsromp door onzorgvuldig manoeuvreren van nabij gelegen schepen . Ik ontdek dat ook “” de werkgulzige buitenopzichter” ruzie zoekend is omdat hij af en toe een luide roep geeft uit zijn zwart baardige mond als hij met een “losse ploeg” moet wachten wanneer een geladen schip zich te langzaam losmaakt uit de vaartuigen wirwar Gerust gesteld wordt met de opmerking : “Des chiens qui aboyent ils ne pas mordre”. (blaffende honden bijten niet ). Later in de ochtend werd ontdekt dat er met de buitenopzichter best viel te praten Maar dat wist ik toen nog niet . Andere sjouwers zijn werkzaam bij de hopen en vullen grote kruiwagens met bieten .

3 Wassen,koppen en raspen :

De bieten worden daarna naar het bieten washuis vervoerd . Daar worden ze op een hoop gegooid tot het moment daar is voor de wasbeurt. Goed wassen voorkomt voortijdig stomp worden van de later te gebruiken raspen wordt verteld . Als de ruimte wordt betreden is er weinig zicht vanwege een mist die er hangt van stoom en ontsnappende waterdruppels door de snelle rotatie van een tweetal trommels in grote met water gevulde bakken Bovendien is er overstemmend lawaai van vallende bieten, klepperende drijfriemen en ratelende trommels Volgens de surveillant bestaan de wassers uit 3 meter lange trommels waarvan de cilinders met een diameter van ruim een meter gemaakt zijn van houten latten die in lengte richting zijn vast geschroefd aan ijzeren hoepels .Het vullen van de trommels –door riemen aangedreven -vindt plaats door mannen die bieten gooien in troggen die zich aan de voorzijde van de trommels bevinden .In de niet geheel met water gevulde trommels vallen de bieten door het draaien tegen elkaar tengevolge waarvan een groot deel van het vuil (de tarra) wordt verwijderd . Omdat de trommels zwak hellend zijn gemonteerd schuiven de bieten door de rotatie naar het laagste punt waar ze door een roterende uitwerper continu storten op houten roosters om uit te druipen . “ Als de tarra hoog is ,vertelt de surveillant , moet het water in de bakken om de twee uur worden ververst waarna het modder water -ca 5 m^3 per bak -via goten en een perspomp in de haven wordt geloosd . Op deze wijze wordt maximaal 18 ton modder per etmaal afgevoerd .Bovendien moeten vier keer per etmaal na het ledigen ,stenen van de bodem worden verwijderd. De gewassen bieten op de roosters worden door knapen op een opvoerder geworpen voor transport naar een nabij gelegen ruimte waar ze worden gekopt . Na het lawaaiige washuis klinkt er bij het betreden van deze ruimte tweestemmig gezang van een twintigtal vrouwen die aan grote ronde tafels zitten .Gewassen bieten worden door knapen uit korven periodiek op de tafels gestort De vrouwen dragen een houten bord voor de borst Volgens de surveillant opdat gemakkelijker gesneden kan worden in de gewassen bieten voor het verwijderen van de kop . Omdat de fiscus eveneens rekening houdt met het gewicht van de bieten wordt de kop verwijderd vanwege het lage suikergehalte en bovendien worden waar nodig rotte plekken verwijderd .Het afval waaronder eventuele stenen ,verdwijnen in korven die door knapen periodiek worden geleegd in kruiwagens en vervoerd naar een terrein achter de fabriek De koppen -ca 7 ton per etmaal –dienen als veevoer . De gekopte bieten worden geworpen op draaiende transporteurs die in de fabriek “carrousels” worden genoemd . Tengevolge van de draaiende beweging drukken de bieten elkaar door een zijdelingse opening en vallen op een transportband die de gekopte bieten afvoert naar een wagentje met bekend gewicht. Het wagentje wordt gewogen onder het oog van een belastingambtenaar. Na enkele bieten erbij of afgenomen wordt wagen nummer en het gewicht genoteerd in een lijvig accijns- boek . Omdat in het volgende “station “ de bieten worden geraspt vindt de surveillant noodzakelijk uitleg te geven en vertelt dat het suikerhoudende sap in de biet wordt gewonnen met behulp van hydraulische persen .Dat sap ,kan echter alleen worden vrijgemaakt wanneer de cellen waarin het sap zich bevindt, worden geopend door de bieten te raspen . De cellen in het vruchtvlees worden dan voor een groot deel verbrijzeld ...Een gewogen wagentje voortgeduwd door een opgeschoten jongen, volgen we op weg naar de rasperij : het hart van de fabriek . Daar aangekomen zoekt mijn oog tevergeefs naar een rustpunt :alles is in beweging en bovendien is er een vochtige warmte en breng dat in verband met een grote zwarte schoorsteen die hoog boven de daken van de in stoomgehulde gebouwen klomp uittorende en een roetzwarte los uiteenvallende rookstraal uitstootte vol roetdeeltjes uitwaaierend over de naaste omgeving . Tengevolge van het helse lawaai van een viertal raspen zijn de woorden van de surveillant praktisch onverstaanbaar maar desondanks weet hij te vertellen dat de raspen worden aangedreven een stoommachine die eveneens kracht levert aan wastrommels, bieten opvoerder en pompen. Gebaarde mannen in blauwe kielen met grote kannen smeren snel bewegende drijfstangen van de vele machines . De wirwar van beweging vierentwintig uur per dag stelt hoge smeereisen .Het voeden van de raspen vindt plaats door knapen die bieten werpen in de rasp- troggen uit wagentjes zodat gedurig heen en weer gaande poussoirs (aandrukkers) steeds van bieten worden voorzien .Lege wagentjes gaan terug en volle dienen zich continu aan , Om beurten duwen de poussoirs bieten tegen zaagtanden die zich bevinden op snel draaiende trommels gedeeltelijk zichtbaar vanwege aangebrachte spatschermen De drijfstangen van de poussoirs ontlenen hun beweging aan krukassen bevestigt aan grote langzaam draaiende tandwielen aangedreven door kleine snel draaiende rondsels .Omdat het raspsel zich langzamerhand tussen de zaagtanden ophoopt wordt periodiek een vuile rasptrommel uit bedrijf genomen en vervangen door schone- met geslepen zaagtanden Het snerpende geluid tijdens het raspen gaat door “merg en been “ en een aanvankelijk witte massa -de bietenbrij- “”zoekt zijn weg “” naar grote kuipen (brijschotels) die zich onder de raspen bevinden De kleur van het raspsel in de schotels verandert snel van grijs naar rood , bruinrood tot allengs zwart .Om het raspsel goed te mengen wordt er door knapen geroerd .
Bij elke schotel zijn bovendien mannen bezig – “” scheppers”” - die met behulp van een koperen maatvat linnen zakken met brij vullen en dicht binden . Volgens de surveillant is het de bedoeling is om elke zak met een juist afgemeten hoeveelheid te vullen voor het verkrijgen van een optimaal persrendement . De zakken worden door kruiers (“brijdragers”) snel vervoerd naar de nabijgelegen perszaal waar ze bij de“’paktafels”” door “” de paksters”” in ontvangst worden genomen .

4 Intermezzo

“”In Januari is het raspen geëindigd “”, vertelt de surveillant en op enkele weken na in Juli ligt de fabriek stil.Ligt ze in sluimering verzonken tussen zon overgoten bietenakkers en velden met goudgeel graan, mijmer ik na deze mededeling en fantaseer een stemmingsbeeld met wisselende wolkenluchten strak blauw of grijs naarmate de zomer op zijn retour is . Het smalle haventje zie ik in gedachten verscholen achter wallen met hoog opgeschoten gras . De aangrenzende kaden zijn verzonken in diepe rust. Stapels roestig ijzer en barricaden van afgedankte werktuigen -versleten of verouderd, op een van de terreinen vertalen zich als vertolkers van vergankelijkheid .”Half September als het raspen opnieuw een aanvang neemt vinden veel dagloners en boerenarbeiders uit de wijde omgeving hier tijdelijk werk ,“ zegt de surveillant maar zijn betoog hoor ik nauwelijks vanwege het sterk gewijzigde stemmingsbeeld bij aankomst . De eenzame losplaats was nu een en al bedrijvigheid van lossers ,boeren en schippers In de nabijheid van de schoorsteen hopen steenkool en kalksteen .Ook daar bedrijvigheid : mannen met bezwete gezichten ,zwart van kolenstof, af en aan lorries gevuld met smeulend as of bonken steenkool voort duwend Het daveren van de zware gang van machinerieën , hier en daar ontwijkende stoomwolken soms barstend uit de grond - vanwege een lekke ketel spui, een komen en gaan van boerenkarren ratelende over de steenslag waarmee de fabriekskade is geplaveid deed het geromantiseerde stemmingsbeeld snel verdwijnen. Ondanks het zware werk heerste er in de fabriek opgewektheid blijkens het zingen tijdens koppen Ik schrik uit mijn gedachten op als dringend wordt gevraagd te volgen naar de perszaal .

5 Perssap winning en sapzuivering :

In de perszaal bevinden zich hydraulische persen en de reeds genoemde “”paktafels””. Het eikenhouten oppervlak van de tafels is bedekt met koper plaat voorzien van richels met aan de zijkanten een verhoogde rand . De ijzeren tafelsteunen zijn met keilbouten verankert aan de stenen vloer . Leksap uit in ontvangst genomen linnen zakken vindt via een aantal gaten in de tafels zijn weg naar de sap afvoer leiding van een hydraulische pers . Het sap zoekt daarna zijn weg via een op afschot liggende gemetselde goot naar een cisterne in de uit stenen bestaande fabrieksvloer Elke tafel met aan weerszijden een pakster, bedient een pers .Ontvangst genomen linnen zakken met bietenraspsel moeten op een zodanige manier worden gestapeld dat de druk tijdens uitpersen zich gelijkmatig kan voortplanten . De zakken worden daarom afgewisseld met koperen persblikken . Verder wordt verteld dat door het gebruik van linnen zakken het werk aan de paktafels sneller kan worden uitgevoerd, want aanvankelijk werd op een persblik een pakraam gelegd waarop een persdoek werd gespreid. Daarop werd raspsel gestort .Na dichtvouwen van het doek werd het raam verwijderd en na aanbrengen van een nieuw persblik herhaalde zich de handeling .Gevulde linnen zakken met om en om persblikken worden naar een hydraulische pers geschoven want er staat een pers aan weerszijden van een paktafel . Volgens de surveillant zijn er 10 hydraulische persen en 8 zijn er in bedrijf waarvan de helft wordt gebruikt als voorpers en de rest als napers .Een voor- en een napers dienen als reserve . Het gesis van ontsnappend stoom ,het gestamp van zuigperspompen die hydraulisch de persstempels aandrijven, het geratel van blikken en bulderende stemmen van persladers ,overstemt het gezang van de vrouwen aan de paktafels . Een en ander wordt afgewisseld door een periodiek gillende stoomfluit om de overdruk van toppunt gespannen ketels te ontlasten De surveillant vertelt dat het stoom verbruik hoog is niet alleen ten behoeve van de perszaal maar ook voor de vele kleinere stoomlekkende machines en - pompen in het overige deel van de fabriek . Bovendien is er verlies tengevolge condensatie ondanks isolatie van stoomleidingen met jute zakken . Vanwege scherp gerande koperen blikken dragen de persladers en ook de paksters leren handschoenen . Een van de laders laat zien hoe hij een zakkenstapel op een perstafel schuift . Nadat de drijfriem van een vrij draaiend schijfwiel is overgebracht op een aandrijf wiel brengt deze een vliegwiel in beweging waarna een luid gestamp van zuigperspompen hoorbaar is. Tengevolge daarvan drukt het perswater de persstempel omhoog met een kracht van 143 ton vertelt de perslader . Het stijgen van de zakkenstapel naar een zwaar, met reusachtige bouten uitgevoerd frame aan de bovenzijde van de pers ,gaat langzaam . Als deze wordt bereikt , vloeit er zwart perssap en bij verdere stijging allengs in een grotere stroom uit een in de perstafel aangebrachte goot . Het vloeien vermindert snel naarmate de perstijd vordert . Het sap stroomt via een gemetselde goot in de reeds genoemde cisterne . Omdat wordt getwijfeld aan de door de perslader opgegeven kracht rekent de naderbij gekomen persbaas voor dat de 12 duims persstempel een oppervlak vertegenwoordigt van ruim 794 cm^2 en omdat de kracht zich naar alle kanten gelijkmatig voortplant is bij een persdruk van 180 atmosfeer de kracht 143 ton. Omdat hij interesse merkt licht hij toe dat de capaciteit van de hydraulische persen afhankelijk is van het persstempel- en perstafeloppervlak Bij een voorpers kan meer dan 1 ton brij per uur worden verwerkt maar een napers doet maar de helft Van het in de bietenbrij aanwezige sap kan ruim 83 % door persing worden gewonnen en van deze hoeveelheid levert het voorpersen 57 % Met een kleinere pomp handhaaft men de druk nog 5 minuten en laat dan de tafel terug keren naar zijn oorspronkelijke stand . De totale perstijd bedraagt 13 min en er resteert op de perstafel iets meer dan de helft van de hoogte Het persresidu waarvan de hoeveelheid afhankelijk is van een meer of minder grote saphoudende rand van de perskoek , wordt geschoven naar de voorpers uitslagtafel ,Ook deze tafel kleiner van uitvoering staat pal naast de voorpers Een van de napersen is uit bedrijf en de surveillant informeert bij de persbaas wat daarvan de oorzaak is .Hij komt terug met de mededeling dat de perstafel is gescheurd en dat men bezig is met vervanging . Omdat ik hem vragend aankijk legt hij uit dat de zakken stapel op de voorpers uitslag tafel van elkaar worden gescheiden waarna de perskoek uit de zakken wordt geschud in een met water gevuld bassin waaraan een weinig kalkmelk is toegevoegd .Daarna wordt intensief geroerd om sap resten met water te vermengen om het suikerverlies zo gering mogelijk te maken. De kalkmelk is de remedie is ter voorkoming van suikerverlies tengevolge van verzuring .Bovendien wordt door kalk het napers rendement verbeterd . Een deel van de lege zakken gaat naar de wasserij terwijl de rest door scheppers worden gevuld met brij uit het bassin om te worden nageperst . Bij de napers -paktafels worden de zakken door een aantal vrouwen opnieuw gestapeld en geschoven naar de napersen (perstijd 15 minuten).Vindt dat stapelen niet vakkundig plaats dan treedt ongelijke belasting tijdens persen op en kan scheuren van de perstafel het gevolg zijn en de surveillant wijt het opgetreden euvel aan de onervarenheid van een pakster vanwege het prille begin van de campagne . Op de vraag wat er met het na perssap gebeurt legt hij uit dat ook dit sap zijn weg vindt naar de centrale sapopvang (de”cisterne”) van waaruit een pomp het sap periodiek naar de defecatie wachtbak perst voor de sapzuivering . Zuiveren van het perssap is nodig omdat naast suiker nog andere stoffen zijn opgelost –zgn nietsuikers- die het latere kristalliseren van de suiker belemmeren .“
Als de napers is gepasseerd via de napers uitslagtafel bereikt het residu – “ persel” genoemd “ – een kruiwagen om te worden afgevoerd naar een opslagloods achter de fabriek .Daar worden de leeggestorte zakken verzameld en periodiek afgevoerd naar de wasserij. De zwart gekleurde residuen met nog 7 % suiker zijn een waardevol veevoer “, vervolgt de surveillant zijn uitgebreid betoog .“Bij een verwerking van ca 75 ton gekopte bieten per etmaal produceren we ruim 19 ton persel en bijna 70 ton perssap (ruwsap) met gemiddeld 12 % opgeloste droge stof waarvan 10,3 % suiker . Het sap is verdund want er wordt 20 % op het bietgewicht aan water gedoseerd in het afzoet bassin “.“Is het suikerverlies niet erg groot ? “ vraag ik (2 % biet !)
Waarop wordt geantwoord dat het suikerverlies zou kunnen worden verminderd als veel water op de raspen wordt gedoseerd om de verbrijzelde cellen beter te kunnen uitspoelen . “Dat extra water moet ook weer worden verdampt wat hogere kosten met zich meebrengt die niet worden gecompenseerd met onze ruwsuiker verkoopprijs . Bovendien is de stoomproductie aan de krappe kant “. Er klinkt een bel en dat is een teken dat een defecatie pan met perssap wordt gevuld namelijk een van de vier grote pannen die we bereiken na het beklimmen van een steile trap Met de later te bespreken carbonatatie bakken zijn ze geplaatst op een hoog bordes in de fabriek bekend als “pannenvloer .“ Meegedeeld wordt dat de pannen gemaakt zijn van roodkoper, een inhoud hebben van ca 2 m^3 ,voorzien zijn van stoomspiralen en dat over de omtrek van de pannen goten zijn aangebracht voor schuim afvoer. De onderzijde is voorzien van een condenspot en aftapafsluiter. Ik zie dat een werkman -de surveillant noemt hem de defequeur- in bijzijn van de nimmer slapende fiscus –een van de pannen met perssap uit een boven de pannen aanwezige sapbak tot aan een “ijk plaatje” vult. De”fiscus “-een gewichtig doende ambtenaar,“in zwart pak en hoge zwarte hoed” - vult een cilinderglas met sap en zet deze op een tafel naast de pannen waarna hij de temperatuur meet .Voorzichtig wordt een areometer in de vloeistof geplaatst. Na aflezing worden enige aantekeningen gemaakt in een boek , waarna hij met een groet haastig verdwijnt in een vertrek dat deel uitmaakt van de pannenvloer. De surveillant vraagt aan de defequeur naar het resultaat van de meting en knikt goedkeurend bij het horen van het resultaat Meegedeeld wordt dat de areometer aflezing 4,68 bedroeg Dat bedrag komt overeen met een sap soortelijk gewicht van meer dan 1,04 is de conclusie van de surveillant en verzucht gelukkig ,nu een goed bericht want dan zitten we in de buurt van de 13 % droge stof Er wordt stoom gezet op de pan en als het sap een bepaalde temperatuur heeft bereikt –volgens de surveillant ca 50 graden –wordt onder roeren een aantal emmers kalkmelk toegevoegd .Tijdens het roeren ontstaat veel schuim dat gedefequeerd (=geveegd) wordt in de pan afvoergoot. Het eiwithoudende schuim vindt zijn weg via een riool naar de haven. Gevraagd wordt hoe de defequeur aan zijn kalkmelk komt De surveillant geeft als antwoord dat er een kalkmelk rondpomp systeem wordt toegepast en wijst naar afsluiters in een leiding aangebracht over de omtrek van de pannenvloer . Dat rondpompen vanuit een bassin voorkomt verstopping door bezinkend kalk .De defequeur is gevleid als ik vraag wat er in het sap gebeurt tijdens kalken Trots vertelt hij dat kalk een wondermiddel is omdat alles wat geen suiker is “er naar toe wordt getrokken “. Om dat te illustreren stopt hij de stoom toevoer op het moment dat de ketelinhoud nog juist niet kookt, waarna met een pollepel een monster sap wordt “”getrokken”” .Na blazen in de lepel laat hij het resultaat zien .Ik zie een helder sap met op het oppervlak een wit gekleurd vlies De defequeur vertelt dat het vlies een teken is dat voldoende kalk is toegevoegd . De surveillant vult deze mededeling aan dat koolzuur in uitgeademde lucht de vrije kalk omzet in een “” krijt vlies””. Omdat de bezinktijd ca 30 minuten bedraagt wordt het resultaat van de defecatie getoond van een vorige pan .Tot mijn verbazing zie ik dat het oorspronkelijke zwart gekleurde sap is veranderd in een kraak helder geel gekleurde vloeistof . De niet-suikers in het sap zijn voor een deel gebonden aan de bezonken kalksliblaag op de bodem van de pan vertelt de gids .De defequeur luidt een bel bedoelt als sein voor de fiscus dat opnieuw een pan wordt gevuld . De pan met het bezonken slib “laat hij vallen” namelijk door een “onderafsluiter” te openen vloeit de inhoud naar een ketel onder het bordes .Deze overigens gesloten tank wordt in de fabriek “montejus “ genoemd ( sap lift ) “want door stoomdruk wordt de inhoud snel naar een van de carbonatatie bakken geperst We nemen afscheid van de defequeur en na korte loopafstand staan we bij een viertal vierkante bakken van ca 4 m^3 inhoud De bakken zijn geplaatst onder een grote rookvang opdat ontwijkende gassen als ook waterdamp vrijelijk kunnen worden afgevoerd . Aan de bovenzijde van de bakken bevinden zich inspectie luiken en wijde afvoer leidingen verbonden aan een centrale afvoer eindigende in de “vang” Deze leidingen met grote afsluiters zijn zichtbaar aan de zijkant van de bakken Verteld wordt dat ze dienst doen om het sap te verwarmen met stoom en “”gassen”” van gekalkt sap Dat gas is voornamelijk koolzuurgas afkomstig van de kalkoven”. “Het restgas bestaat uit rookgas “dat door een afzonderlijke leiding naar de bakken wordt geleid. Aan de voorkant van een van de bakken staan twee mannen met “ voorschoot”. Ze worden door de surveillant carbonateurs genoemd Nadat de stoomafsluiter enige minuten is geopend wordt een monster genomen en de temperatuur gemeten. Na een goedkeurend knikje wordt een van de gasafsluiters geopend .Ik zie dat een van de mannen met een maatemmer opnieuw kalkmelk in de bak giet via het geopende inspectie luik terwijl de ander met een spaan de inhoud roert .De surveillant vertelt dat de snelheid van kalkmelktoevoer juist die van het gas moet volgen “Als alle kalkmelk is toegevoegd moet nog zolang gas worden ingevoerd dat er nog 5 mg kalk per 10 ml gefiltreerd sap kan worden aangetoond . De overmaat van de kalk wordt door het gas omgezet in “krijt” dat vrij snel bezinkt omdat het slecht oplosbaar is “. Demonstratief besluit hij zijn betoog aan de hand van een monster sap in een groot cilinderglas . Ik ben van het resultaat niet onder de indruk want na vrij snel bezinken van het neerslag ,heeft de goudgele kleur van het oorspronkelijke sap plaats gemaakt voor een bruine kleur . Omdat teleurstelling wordt bemerkt wordt ik gerust gesteld met de mededeling dat - hoewel niet zichtbaar – toch zuivering heeft plaats gevonden en dat de gele kleur zich herstelt tijdens het verdere proces .Ter controle van het eindpunt mengt een van de mannen een monstertje bezonken sap met een gelijke hoeveelheid vloeistof uit een flesje dat door de surveillant “Liqueur Perier Possoz “ wordt genoemd .De betekenis van deze handeling is mij niet duidelijk Toegelicht wordt dat de vloeistof in het flesje een ferrichloride oplossing bevat en wel van een zodanige sterkte dat bij het bereiken van genoemd eindpunt geen “ijzerhydroxyde “ is “ neer te slaan .“ Uit een ander flesje worden nog enige druppels aan het mengsel toegevoegd Tengevolge daarvan verschijnt – voor mij “geheimzinnig “ - plotseling een blauwe kleur. Volgens de surveillant kondigt die kleur het eindpunt aan van de carbonatatie wat meestal na ca 25 minuten het geval is .“Zou de kalk concentratie hoger zijn geweest dan zou “ ferrihydroxyde “ zijn neergeslagen zodat na toevoegen van druppels uit het andere flesje (geelbloedloogzout) de blauwe kleur zou uitblijven” .Het moment is dan aangebroken om de ketelinhoud “ te laten vallen” dwz in een van de “bezinkbakken “ die zich bevinden onder het bordes. Tijdens het ledigen wordt opnieuw een carbonatatie bak met sap gevuld waarna “het gaskalkproces” opnieuw een aanvang neemt ..Onder het bordes zijn een viertal rechthoekige “ bakken “ zichtbaar Ze worden “kisten” genoemd en zijn aan de binnenzijde verkoperd, van geringe hoogte en bezitten een groot afhellend bodemoppervlak , Volgens de surveillant bedraagt de inhoud ca 3 m^3 Om warmte verliezen te verminderen staan ze naast elkaar. Er zijn drie met sap gevulde kisten terwijl de vierde wordt gereinigd en dat gegeven vult de surveillant aan met de mededeling dat het bezinken ruim 1 uur bedraagt . In de kisten zijn vlotterpijpen zichtbaar waarvan de scharnieren zijn verbonden aan vlotterkranen voor “”schoon sap “” afvoer .Door een goot stroomt het “schoonsap” naar een hardstenen sapbak –een cisterne -aangebracht in de fabrieksvloer. De onderlaag—het “vuilsap”- vindt zijn weg via afsluiters die aangebracht zijn naast de vlotterkranen. Een afzonderlijke goot voert dit sap naar de vuilsap cisterne vanwaar het periodiek wordt gepompt naar Taylor zakfilters. Ik tel 10 filters die er uitzien als grote kasten .De helft dient voor diksap filtratie wordt verteld . De filters bestaan uit twee verdiepingen .“In de onderste verdieping bevinden zich een 20-25 tal zakken die dienst doen als filterelementen .Deze zijn 1,5 meter lang en 0.3 m breed en met klemmen bevestigt aan even zovele afvoerpijpen van een koperen slibsap reservoir in de “bovenverdieping “.
De surveillant wijst naar het bruingekleurde heldere filtraat dat continu uit de kasten via een goot zich een weg baant naar de schoonsap cisterne . “Als een van de kasten te weinig sap levert zijn de zakken verstopt en moeten worden verwisseld door schone .Daartoe is er een deur aangebracht aan de voorzijde van de kast zodat in de nog warme kast verwisseling kan plaats vinden voor schone zakken . Zakkenkruiers voeren continu schone zakken aan terwijl vuile worden afgevoerd naar de wasserij “. Enkele jaren terug werd er slechts gedefequeerd vertelt de surveillant en dat vroeg weinig kalk Het verbruik is nu verdubbeld .Dat vergrote eveneens de hoeveelheid slib zodat de zakfilters herhaaldelijk moeten worden voorzien van schone zakken “. De filtratie kosten bedragen daarom een veelvoud ten opzichte van een naburige fabriek waar raam- filterpersen worden gebruikt . De directeur is van plan om in de volgende campagne de Taylors te vervangen door deze “”moderne”” filters “ . Omdat ik daarover graag meer wil weten licht hij uitgebreid toe dat bij een filterpers sap toevoer plaats vindt in een slib ruimte bestaande uit een houten raam ( koekraam) ) .Over dat raam is een wollen doek gespannen dat als filtermedium dienst doet . Aan weerszijden bevinden houten platen (kaders) die aan de onderzijde en schuin aan de bovenzijde voorzien zijn van een uitsteeksel waarin zich gaten bevinden respectievelijk voor vuilsap of water toevoer. Bovendien zijn er richels aangebracht voor afvoer van filtraat of afzoet sap .Bij samen klemmen ontstaan er kanalen voor sap of water toevoer Aan de onderzijde van de platen tegenover de uitsteeksels bevinden zich aftap kranen voor filtraat respectievelijk water. De platen worden daarom aangeduid als sapplaten of waterplaten . Platen en .ramen zijn voorzien van oren zodat ze verschoven kunnen worden over geleiders (trekstangen ). Met behulp van een “”aanzetbout”” verplaatst een schroefconstructie zich zodanig dat de “”elementen”” sapdicht tegen elkaar worden geperst. De sap toevoer wordt geregeld met een grote afsluiter die aangebracht is in de afsluitplaat aan het andere einde van de pers . Het filtreren vindt onder druk plaats (ca 3 ato) om weerstand te overbruggen dat het sap of water ondervindt bij het toevoeren aan boven of onderzijde van de ramen vanwege aanwezig slib . Zijn de ramen met slib gevuld dan loopt de druk op en de filtratie stopt. De filterkoeken worden daarna afgezoet met het doorvoeren van condensaat in tegenstroom. Na het afzoeten wordt de pers gelost en de kaders zodanig verschoven dat de afgezette koeken op de doeken van de ramen kunnen worden verwijderd .Na deze uitgebreide uitleg lopen we naar een ruimte waar letterlijk sprake is van “slibarbeid “ . Toegelicht wordt dat hier met slib gevulde zakken worden ontdaan van rest sap met behulp van schroefpersen . Tijdens het persen vloeit warm bruin troebel sap uit de persplaten via een afvoer naar een hellende goot uitmondend in een grote vergaarbak van waaruit een stotende plunjerpomp het sap terug voert naar de vuilsap cisterne .Dat terug pompen vindt discontinu plaats door een vlotter mechanisme in de vergaarbak . Pers residu –het resterende kalkslib in de zakken - wordt verwijderd door ze binnenste buiten te keren boven een met water gevuld bassin .Ik zie dat de halfnaakte werkers niet kunnen voorkomen dat ze met slib worden besmeurd. Bovendien druipen ze van zweet vanwege het warme slib . Aan een van hen wordt gevraagd waarom er water wordt gebruikt waarop wordt verteld dat het slib moet worden afgezoet Omdat geen verdere uitleg wordt gegeven vult de surveillant dit aan met de mededeling dat het slib zo goed mogelijk van rest suiker wordt ontdaan omdat anders het verlies te groot wordt en herinnert aan de filter pers informatie Het % suiker van niet afgezoet slib bedraagt ruim 5 % en door de kalkslib/water massa opnieuw te filtreren en uit te persen tot ca 45 % drogestof is het suikergehalte terug te brengen tot ruim 1,5 % (= 0.1 % biet) .Er wordt ca 6,5 % slib op de verwerkte hoeveelheid bieten verkregen en dat doet dienst als meststof op bieten percelen .Het afzoet sap wordt gedeeltelijk naar het “ oven huis “ gepompt om kalk te blussen maar het grootste deel met het hoogste suikergehalte wordt gebruikt als “opzoet “ voor beenzwart filters ..


6 Van ruwsap tot dunsap:

Om het volume van het verkregen schoonsap te verlagen zal een deel van het water moeten worden verdampt opdat het voor de verdere zuivering van het sap te gebruiken beenzwart zijn ontkleurende werking met meer voordeel kan uitvoeren zegt de surveillant en wijst naar twee ronde met houten schroten betimmerde ketels op een hoog bordes Daarin wordt het sap geconcentreerd in vacuum ter voorkoming van suikerontleding Opnieuw moet een steile trap worden beklommen :een zwaar karwei in een sterk broeierige omgeving. Voor een van de twee genoemde ketels blijft de surveillant staan en vertelt trots dat dank zij het toepassen van meervoudige sapdamp condensatie economisch stoom verbruik in de fabriek mogelijk werd .Zo kan in deze tweetraps verdamping ( double effet) met 1 kg stoom bijna 2 kg water worden verdampt, want de verkregen sapdamp uit de eerste ketel (eerste lichaam genoemd ) wordt gevoerd naar de stoomtrommel van het tweede lichaam waarin het condenseert. De vrijkomende warmte verwarmt het daarin aanwezige sap. Dit sap kan evenals in het eerste lichaam aan de kook worden gehouden vanwege verlaagde dampdruk want ook deze sapdampen worden gecondenseerd in een met rivierwater gekoelde condensor gekoppeld aan een natte luchtpomp. Zowel het condensaat als vrijkomende gassen tijdens concentreren worden daardoor continu afgevoerd . Tengevolge daarvan ontstaat er een drukvermindering in het daarmee verbonden verdamplichaam. Omdat de stoomtrommel van het tweede lichaam als “condensor” dienst doet voor het eerste lichaam is het daarin aanwezige sap aan de kook te houden met retourstoom van de centrale stoommachine . De temperatuur van deze stoom is nog vrij hoog ca 108 gr bij een druk van 1.3 ato . Om het sap in het eerste lichaam op kooktemperatuur te houden moet het eerst op temperatuur worden gebracht. Dat vindt plaats in een open voorwarmer met verse stoom. Tengevolge van de in het eerste lichaam heersende onderdruk wordt het voorverwarmde sap continu daarin getrokken en dat geldt natuurlijk ook voor het saptransport naar het tweede lichaam . De condensaten met nog hoge temperatuur worden door condenspotten afgevoerd naar ketelvoedingwater tanks. Als sprake is van een lekke “stoomtrommel” respectievelijk stoomspiraal in een voorwarmer is er kans op suikerhoudende condensaat . De condensaten worden daarom gescheiden opgevangen . In de stoomketels van de stokerij kan opgeloste suiker ontleden onder vorming van afzettingen op de ketelwand .Tengevolge daarvan is sprake van een slechte warmte overdracht . Door de sap afsluiters van de verdamplichamen meer of minder “” te knijpen””(sluiten ) kan de sapverblijftijd in de verdamplichamen zodanig worden geregeld dat in het eerste lichaam het sap concentreert tot 13 % drogestof waarna de gewenste rest verhoging plaats vindt in het tweede lichaam . Tengevolge van deze werkwijze kan het sap uit de schoonsap cisterne met ca 11% drogestof vrij goedkoop worden gebracht op 16 %. Het verkregen “middensap ” stroomt continu in een montejus omdat daarin dezelfde druk heerst als in de sapruimte van het tweede lichaam .Door de toevoer te sluiten kan de inhoud periodiek door stoomdruk naar de Taylor filters worden geperst. Tengevolge van concentratie verhoging hebben zich slibdeeltjes afgezet zodat opnieuw moet worden gefiltreert Dat voorkomt vroegtijdig doorslag van het “ het zwart “ . We bedoelen met “ zwart “ beenderkool want het is vrijwel onmogelijk lichtkleurig dunsap te produceren zonder daarvan gebruik te maken . Hoewel bij de sapzuivering met kalk een deel van de niet-suikers is verwijderd kan met behulp van beenzwart nog een extra hoeveelheid worden gebonden en dat doet de sapkleur sterk verbeteren Van nog groter belang is een tevens plaats vindende sapontkalking want kalkafzettingen in de stoomtrommels maken een economisch verdere concentratie van het sap onmogelijk Bovendien kan de kool herhaaldelijk worden gebruikt omdat gebonden nietsuikers zijn te verwijderen De filters met beenderkool kunnen worden geregenereerd . We lopen er maar even heen, besluit hij na uitgebreid betoog ,dan wordt het U wel duidelijk en voegt de daad bij het woord . Gedwee volg ik langs de stampende machines , stoom lekkende leidingen en rumoerige werklieden . Het “filterhuis “ (beenzwart huis) bevindt zich in een ruimte naast de pannenvloer .Een grote tank ,een zestal smalle hoge filters een bedieningsbordes , vele afsluiters en een wirwar van leidingen maken grote indruk . De surveillant deelt mee dat de filter tanks 6 meter hoog zijn met een diameter gelijk aan 0.8 meter en vervolgt “In een filter zit ca 2.5 M^3 kool en bij een looptijd van 6 uur zijn er steeds twee filters in bedrijf en twee geregenereerde filters staan voor gebruik gereed. Bij doorslag kleurt het afgevoerde sap licht bruin, waarna men overgaat de filters uit bedrijf te nemen . .Omdat de kool in de uit bedrijf genomen filters nog suiker bevat wordt -om verlies te voorkomen - “afgezoet “met heet condensaat . Het verlies weet men te beperken tot 0.5 % biet .Het afgetapte sap (afzoet sap) dient om geregenereerde filters “op te zoeten . De filterkool bestaat uit onregelmatige stukjes van 5 mm die in eigenbeheer worden verkregen uit ontvette beenderen .Na het passeren van een breekmolen worden de stukjes in een 5 tal smalle 2,.5 m hoge met een deksel af te sluiten kokers - zgn retorten -onder uitsluiting van de lucht in een oven verhit. De temperatuur bedraagt 500 graden. Als brandstof wordt steenkool gebruikt.Er wordt zolang gegloeid tot de vorming van brandbaar gas is gestopt De rookgassen van oven en retorten worden periodiek via een schoorsteen afgevoerd .Deze gassen zijn teerhoudend en ruiken zeer onaangenaam Na dit proces mag er geen witgebrande massa resulteren maar een zwart brokkelige massa Het “rendement” bedraagt ca 50 % Omdat steeds een zure prikkelende lucht wordt geroken vraag ik naar de herkomst De surveillant antwoordt dat er zoutzuur wordt gebruikt bij het regenereren van de kool maar dat mag ik U niet laten zien “ voegt hij er snel aan toe want dit wordt als geheim aangemerkt Op herhaalt aandringen wil hij wel iets van de sluier oplichten en vertelt dat de uitgeputte kool met verdund zoutzuur wordt ontkalkt “De hoeveelheid zoutzuur richt zich naar de door hoeveelheid gebonden kalk en de chef meet vrijwel dagelijks de concentratie .Het filter wordt daarna door uitwassen met water ontzuurd waarna de kool via een aan de onderzijde aangebracht mangat wordt verwijderd .Het zure waswater verdwijnt in de haven De vochtige kool wordt na drogen onder afsluiting van de lucht in de genoemde retorten opnieuw verhit, Na deze regeneratie wordt afgekoeld en het fijn wordt door zeven verwijderd , De filters worden gevuld , gestoomd en na opwaartse toevoer van afzoet sappen voor het verdrijven van lucht ,worden ze weer in gebruik genomen .Het zeven veroorzaakt veel stof zodat de werkers er zwart gaan uitzien In een naburige fabriek wordt de uitgeputte kool voordat ontkalking plaats vindt in bakken vergist voor het verwijderen van gebonden suiker en pas daarna wordt “gegloeid” maar de directie heeft enige jaren geleden besloten van deze extra bewerking af te zien .Ten opzichte van wel of niet vooraf vergisten viel er geen verschil te bespeuren in sap ontkleuring . Avez-vous comprendu et se content ?Qui monsieur “ antwoord ik met twijfel in mijn stem (Hebt U het begrepen en bent U tevreden ?)

7 Van diksap tot ruwe suiker :

Na het beenzwart keren we terug naar het verdamp bordes. Op dat moment gaat het er zeer rumoerig toe van ontsnappende stoom tengevolge van een lekke afsluiter .Excusez moi (vergeef me ) zegt de surveillant en loopt snel naar de plek van de storing waarna een afsluiter in een “”nevenleiding “” wordt geopend opdat de verdampinstallatie zijn stoom blijft behouden .Ik zie dat de naderbij gekomen verdampbaas tijdens het gesprek met de surveillant sterk onder indruk is gezien zijn gebarende handen .Celui ci est un exemple d’un ouvrier tres paresseux ,(dit is een voorbeeld van een luie werkman ) wordt verzucht bij terugkomst en maakt onderwijl een “pro memorie aantekening” in zijn zakboek. Bij de eerstvolgende schoonmaak beurt zal vervanging van de afsluiter plaats vinden en vervolgt : “Het met behulp van beenderkool gezuiverde sap wordt verder geconcentreerd tot diksap met 50 % drogestof .Dat concentreren vindt plaats in een Tischbein effet bestaande uit drie verdamplichamen . Met verse stoom wordt het dunsap in een voorwarmer op kooktemperatuur gebracht van het middelste lichaam waarna het sap continu tengevolge van onderdruk daarin wordt getrokken.Het sap wordt op temperatuur gehouden door de stoomtrommel gevoed met verse stoom De sapdampen verdelen zich in de stoomtrommels van naastliggende lichamen Omdat deze zijn voorzien van condensors en natte luchtpompen koken de sappen eveneens onder verminderde druk . Evenals in een double effet wordt de sapdamp slechts eenmaal benut. De installatie zal in de naaste toekomst worden vervangen door een “Robert” verdamp -installatie want daarin wordt de sapdamp tweemaal benut . Door nog een lichaam te plaatsen achter het double effet werd door Robert het verwarmde oppervlak zodanig vergroot dat de drogestof concentratie van het diksap gebracht kan worden op 60 % . Desondanks is het stoomverbruik lager dan in “de Tischbein” want 1 kg stoom kan in de Robert bijna 3 kg water verdampen “car c’est un appareil a l’effet triple “ (want het is een drievoudige verdamping ) zegt hij lachend na dit uitgebreid betoog.De in stoom in trilling gebrachte lichamen en het luide gestamp van vacuumpompen voorzien van grote vliegwielen boezemt groot ontzag in. Terwijl gekeken wordt naar opspattend sap in de kijkglazen van de lichamen laat de surveillant zien hoe het oorspronkelijk donkergele sap wordt veranderd in een viskeuze roodbruine stroop dat hij “le sirope “ (diksap) noemt . L’ appareil de Tischbein “(Het Tischbein apparaat ) is bekend als “ l ‘ éffet triste “ vanwege het grote aantal storingen die veelvuldig plaats vinden . De surveillant wijt dat niet alleen aan de methode maar ook aan het gebrek aan ervaring want een jaar of twee geleden werd in open pannen geconcentreerd .Omdat het diksap is gekleurd wordt gevraagd of ook filtratie over beenderkool zou moeten plaats vinden .Geantwoord wordt dat voor ruwe suiker dat niet nodig is maar wel in fabrieken die “witte suikers “ zoals “sapmelis “en broden maken .Filtratie is wel noodzakelijk voor de verwijdering van slibdeeltje’s.Het diksap wordt daarna zodanig geconcentreerd dat aanwezig water niet toereikend is om suiker in oplossing te houden De suiker gaat kristalliseren .Voor het bezichtigen moeten we naar het “kookhuis besluit de surveillant. Daar wordt gedeeltelijk gekookt in open pannen. Naarmate we het kookhuis naderen verraadt de geur naar karamel hun aanwezigheid .Ook in dit deel van de fabriek is veel lawaai tengevolge van stoom gedreven stroop -en vacuum pompen , gedender van koelbakken en rumoer van pratende en dweilende vrouwen Een deel van de ruimte wordt ingenomen door een klein bordes met daarop een tweetal kogelronde in stoom gehulde kookpannen Bij het zien daarvan wordt Du Pre¢ enthousiast en roept luidt : “ Maintenant monsieur , nous sommes arrive¢ au moment suprême la naissance des cristaux du sucre ( Meneer nu zijn we gekomen tot het belangrijkste moment het ontstaan van suikerkristallen ). Het kookbordes is bereikbaar via een trap met stroop klevende treden en leuning . Boven aangekomen roept hij : “ Voila Cést Monsieur Durand le magicien “ (Zie dat is meneer Durand de tovenaar ) wijzend naar een in een zwart pak gestoken persoon met hoge zwarte hoed bij een van de kookpannen . Hij verstaat de kunst om in stroop suikerkristallen van ieder gewenste grootte te maken. De pannen hebben een vorm die doen denken aan de “ Maagdenburger halve bollen proef “ tijdens een natuurkunde les .Verondersteld wordt dat op basis daarvan deze constructie is bedacht : Ze zijn kogelrond en worden “het vacuüm”” genoemd . De pannen hebben een diameter van meer dan twee meter. Een injectie pomp verzorgt koeling in de condensor met rivier water Aan de bovenzijde van de condensor verbonden droge luchtpomp zuigt “”zuchtend”” niet gecondenseerde dampen en gassen af. In de condensor “’verdichte”” sapdampen worden door een tien meter lange valpijp afgevoerd Een “”valwaterpomp”” verzorgt afvoer naar de haven . Het gebruik van de “”droge vacuümpomp”” maakt druk fluctuaties bij het koken minder groot dan bij de “’ natte”” - zegt de surveillant en laat verdere uitleg aan de koker over, en wenkt . De naderbij gekomen “ suikertovenaar “ stelt zich voor en zegt weinig tijd te hebben maar wil wel proberen het kookproces uit te leggen dat erop neerkomt om diksap zodanig te concentreren dat tussen duim en wijsvinger na wrijven een draadje (une filet) kan worden getrokken dat zich meteen terug trekt . Als dan op dat moment een hoeveelheid koud diksap in de pan wordt getrokken zal de massa tengevolge van het door verdunning verlaagde kookpunt plotseling stormachtig koken . Dat veroorzaakt zulk een beweging dat de opgeloste suiker –gezien de oververzadiging –gedeeltelijk uitkristalliseert .Dientengevolge ontstaan er in de stroop een massa kleine kristalletjes “De kunst “ bestaat om deze kristalletjes daarna gelijkmatig te laten groeien en dat is te bereiken door de verdamping van het water uit ingetrokken diksap gelijke pas te laten houden met de daaruit afgescheiden suiker opdat deze dienst doet voor kristal groei zonder vorming van nieuwe kristalletjes die “als vals grein “het later centrifugeren zouden belemmeren . Om de aanwezigheid van kristalletjes in de pan te demonstreren steekt hij een staaf via een opening in de pan In de pan wordt de staaf (“”proefstok””) een kwartslag gedraaid en teruggetrokken .Uit een holte wordt een monster stroop op een stukje vensterglas gedeponeerd waarna de massa voorzichtig wordt uitgewreven .Het resultaat wordt bekeken in het schijnsel van een olie lamp .Voici les grains tres petits “ (zie erg kleine kristalletjes ) zegt hij en overhandigt het stukje glas .

Met verbazing zie ik bij doorzicht een groot aantal kristalletjes in de omringende stroop die eruit zien als fijne glinsterende puntjes .Hoewel Durand nog een en ander wil vertellen roept hem een heer eveneens gekleed “in zwart pak “en hoge zwarte hoed.“C ‘est monsieur Boisvin ,le chef de l’usine ,voulez vous m‘excusez messieurs , (Dat is meneer Boisvin de fabriekschef .Heren wilt U mij excuseren ?) zegt hij bij het verlaten van het bordes . Na de chef eerbiedig te hebben gegroet, neemt de surveillant het gesprek over en vertelt dat het drogestof gehalte bij “”volkoken “”wordt opgevoerd tot bijna 90 % droge stof waarna de inhoud –massecuite (gekookte massa) - wordt gestort in een koelbak “De massa wordt af en toe geroerd en na ca 4 uur wordt overgegaan om de kristalmassa te scheiden van de stroop ( “”eerste stroop””) . Dat proces vindt tegenwoordig plaats in een centrifuge maar ik herinner me dat stroopscheiding plaats vond in een groot aantal houten kisten die voorzien waren van een zeefbodem en ruimte voor “”uitstropen .We noemden ze “Schuetzenbergers . Voor dat we de centrifuges bezichtigen, gaan we eerst naar de warme kamer die zich in de kelder onder het kookhuis bevindt . Dat vraagt enig uitleg en vervolgt dat de eerste stroop in een open pan wordt geconcentreerd . Die pannen hebben een groot bodemoppervlak zodat onder roeren gekookt kan worden bij geringe stroophoogte want dan is de hydrostatische druk op de bodem lager en dat geeft minder ontleding. De verwarming van open pannen vindt tegenwoordig plaats met “mantelstoom” maar vroeger gebeurde dat met kolenvuur . Men dampt zover in tot er een klevende “stroopknikker “ (slappe bal ) ontstaat als een monster valt in een emmer water . Daarna wordt de inhoud in een koelbak gestort, Omdat kristalvorming bij het concentreren sterk is vertraagd door toegenomen niet-suikers wordt een lange tijd gegund in een speciale ruimte met een temperatuur van bijna 40 graden . Bij de tweede stroop duurt dat verblijf in die ruimte ca zeven maanden maar bij een grotere zuiverheid zoals eerste stroop hooguit een dag of tien ,Terwijl we naar de warme kamer lopen wordt een open pan gelost, Een handwiel /lier constructie doet de pan scharnieren waarna de hete inhoud langzaam “”stroopt”” in een koelbak. Een ijzeren deur die toegang geeft tot de warme kamer staat open en enige bezwete halfnaakte mannen duwen een bak gevuld met zwartgekleurde massa vanuit de kelder tegen een flauwe helling op .Meegedeeld wordt dat de zwartgekleurde massa vulmassa tweede product wordt genoemd Een herinnering aan het uitstropen in kisten . Bij het betreden ervaar ik een verstikkende warmte waaraan de mannen worden blootgesteld. Het zweet breekt aan alle kanten uit. Lachend vraagt de surveillant :” Comment “ca va ?” (Hoe gaat het ?) , waarop ik te kennen geef om de ruimte snel te verlaten. Slechts een glimp wordt gezien van het interieur :schaars verlicht ,witgekalkte muren , stoomleidingen en naast elkaar geplaatste genummerde bakken .Na dit warme gebeuren lopen we naar de turbine kamer waar zich de centrifuges (“”turbines””) bevinden . Het geluid van sissende stoommachines ,zwiepende drijf riemen en een overheersend knarsetand geluid van een “”maischmachine –“ voor het centrifugeerbaar maken van de vulmassa - overstemmen de uitleg Er zijn vijf centrifuges bestaande uit trommels met ijzeren frames als steun . Kleinere trommels aan de binnenzijde met wanden van fijn gaas worden periodiek vol geschept . De trommels gaan draaien als een drijfriem op een vliegwiel wordt overgebracht . Naarmate de tijd verstrijkt gaat het draaien sneller .De surveillant wenkt om in een ruimte met minder lawaai uitleg te geven. In de centrifuges vindt door de snelle draaiing van de binnentrommel scheiding plaats van kristal en stroop . .Omdat stroop een kleiner soortelijk gewicht heeft dan de suikerkristallen slingert het grootste deel van de stroop door de gaatjes van het gaas naar de buiten trommel .De stroop verzamelt zich en baant zich een weg door een opening naar een op afschot liggende stroopgoot onder de centrifuges.Vertraagt vindt de stroop zijn weg naar een bassin in de fabrieksvloer. Als de scheiding een feit is worden de nog klevende kristalkoeken geschept in jute zakken met de suikerzolder als eindbestemming . Stroop scheiding bij het eerste product vindt plaats zonder voorbewerking . De afgeslingerde eerste stroop gaat naar een open pan om opnieuw te worden ingedikt. Daarna vindt kristallisatie plaats in de warme kamer De tweede vulmassa vraagt voorbewerking omdat de harde massa niet is te centrifugeren . Na verwarming wordt de massa in een molen -onder toevoeging van stroop- centrifugeerbaar gemaakt . Na centrifugeren levert het tweede product ruwsuiker De afgeslingerde stroop wordt in een open pan ingedampt. Daarna volgt de lange duur kristallisatie in de warme kamer, In de nacampagne- omstreeks de tweede week van Juli- wordt een derde product suiker verkregen . De afgecentrifugeerde stroop wordt melasse genoemd en wordt opgeslagen in vaten De melasse is grondstof voor spiritus bij een fabriek in Zevenbergen De verkoop levert een kleine baat dat kan worden vergroot als de verkregen ruwe suiker over ponden opbrengt ter compensatie van belasting heffing op te verwachten suiker opbrengst Maar dat is bij iedere campagne een gok .Na deze uitleg lopen we terug naar de turbine kamer waar juist een van de centrifuges wordt gevuld met eerste product ” Het vullen neemt meerdere minuten in beslag Als daarna het vliegwiel de “zeef korf” op volle toeren heeft gebracht is bruingeel gekleurd ruwesuiker zichtbaar dat zich afzet tegen de zeefwand . Na ca 15 minuten is het grootste deel van de stroop scheiding een feit en kan met leegscheppen worden begonnen .Op de vraag of de raffinadeur deze suiker ook als eerste product aanduidt geeft de surveillant als antwoord dat de raffinage kwaliteit op een andere wijze wordt benaderd namelijk naar het % suiker ,% as , kleur en zuurgraad . Suiker en as worden bepalend geacht voor de theoretische hoeveelheid witte suiker die per 100 kg ruwe suiker kan worden verkregen Het wordt uitgedrukt als % titrage Dit eerste product zal een gemiddelde titrage van 80 % bezitten zodat sprake is van een derde klas suiker . Zo’n kwaliteit is veelal aan het eind van de campagne te verwachten en ik wijt dat aan de “carbonatation trouble “ waarmee men in de fabriek nog weinig ervaring heeft besluit de surveillant Omdat alle suiker naar de fabriekszolder gaat stel ik voor om daar een kijkje te nemen waarop de surveillant welwillend knikt. Om de zolder te bezoeken wordt een wankele trap beklommen . Op de zolder hangt een geur herinnerend aan caramel,ammoniak en jute Ondanks het grote aantal dakramen is de ruimte met hoog gestapelde zakken schaars verlicht . Door uitstropen van de suiker zijn de zakken zijn bruinzwart gekleurd. Het geluid van de machinerieen brengen de plankieren - met hier en daar grote naden - in sterke trilling. Het geluid is nog zodanig dat de surveillant opnieuw met stemverheffing uitleg moet geven . Aan weerszijden van een smal looppad worden de zakkenstapels steeds hoger en langer van rij omdat steeds een luik open gaat en zakken suiker zich aandienen . Met een steekwagentje wordt door een werkman de zak naar een in wording zijnde stapel gedirigeerd De aanblik van de opslagen suiker intrigeert de surveillant door te wijzen naar een afzonderlijke rij uit de vorige campagne die nog steeds niet is verkocht omdat de raffinadeur de bedongen prijs te hoog vindt door een te lage titrage .

8 De stokerij en het “ovenhuis “( kalkoven) :

Na het zolder bezoek lopen we opnieuw richting perszaal waar zich de “stokerij “ bevindt .Het “krachtstation” van de fabriek, zegt Du Pre trots .Bij het betreden van de smoorhete ruimte zie ik een inferno van vuren die door mannen zwart van kolenstof ,gewapend met lange schoppen worden “bediend “ .Handig worden met de schop vuurdeuren geopend ,bonken kolen naar binnen gemikt- volgens de surveillant juist op de vuurbrug- waarna met de schop de deuren worden dicht geslagen . Op deze wijze worden vier vuurhaarden van even zovele ketels continu met steenkool gevoed gedurende12 uur per dag tot de nachtploeg na het zeven uur signaal komt aflossen .
Gezien het krachtverbruik en brandstof voor de retortoven ,is het steenkool verbruik erg hoog en reeds ver voor het raspen een aanvang neemt, worden vele scheepsladingen aangevoerd . Van enkele vuurhaarden wordt hete as verwijderd en in een lorrie geschept waarvan de laadbak voorzien is van schuine wanden voor snelle lediging .Het is een komen en gaan van lorries gevuld met steenkool of af te voeren as . De stoomdruk in de ketels is hoog want de wijzers op de manometers zijn de rode streep nog juist niet gepasseerd . Ten gevolge daarvan is sprake van een frequent fluitsignaal voor het corrigeren van de stoomdruk . In de deuropening verschijnt een bekend gezicht –de persbaas -boos wenkend naar de chef stoker. Ik maak daaruit op dat de hydraulische persen opnieuw stoom ontberen . Reparaties en vervanging van onderdelen komen volgens de surveillant herhaaldelijk voor en zegt overtuigt te zijn dat de ketelvoeding pompen blijkbaar af en toe suikerhoudende condensaten naar de ketels doseren . In een ruimte naast het ketelhuis is een groot vliegwiel zichtbaar van een indrukwekkende stoommachine. De snelheid is zo groot dat de spaken van het wiel nauwelijks zichtbaar zijn Op en neer gaande zuigers voor stoomverdeling produceren zoveel geluid dat de uitleg van een met grote smeerkan gewapende machine meester ons geheel ontgaat . De surveillant bedankt voor zijn gepoogde uitleg en stelt voor om de kalkoven te bezichtigen . De oven bestaat uit een hoog “bouwsel “ en beslaat praktisch de gehele ruimte in de vorm van een afgeknotte kegel met aan de bovenzijde een “mangat “voor de kalksteen. De onderzijde is een in steen opgetrokken “bedieningsbordes”” die te bereiken is met een ijzeren trap . Verder is er een hijsinrichting en een daarmee verbonden “” trog “”voor kalksteen voorziening van de oven . In het bordes bevinden zich een aantal met deksels af te sluiten ruimten (generatoren ) die te vergelijken zijn met kachels . Er wordt gestookt met turf en na een roep van de surveillant , voorziet de naderbij gekomen ovenbaas een van de generatoren met brandstof . De stooktechniek is bijzonder en vindt plaats met een zodanige hoeveelheid verbrandingslucht dat zich bij de verbranding vooral koolmonoxide vormt en dat koolzuurgas door reductie voor het grootste deel in dat gas wordt omgezet. Het ontwikkelde brandende gas vindt zijn weg via openingen in een ringvormige schacht bekleedt met vuurvaste steen waar zich kalksteen bevindt De benodigde verbrandingslucht komt door “’trekgaten “’ .in de schacht Deze doen tevens dienst als kijkgaten voor het met blauwe vlammen brandende gas .De verbrandingswarmte van het gas doet de kalksteen ontleden in ongebluste kalk en koolzuurgas. Het “” kalkovengas””wordt door een aan de bovenzijde van de oven aangebrachte leiding afgezogen met een zuigperspomp (koolzuurpomp) .Na passeren van een gaswasser wordt het gas geperst naar de carbonatatie bakken .In de afvoerleiding is een kettingafsluiter aangebracht want in het geval van storing kan het gas worden afgevoerd naar een schoorsteen. De buitenzijde van de schacht bezit een ijzeren pantser met isolerend as als tussen laag. De gaswasser is uitgevoerd in de vorm van een houten bak Door aan de bovenzijde water toe te voeren ontmoet het hete gas een watergordijn tengevolge waarvan afkoeling plaats vindt . Aan de onderkant van de bak verzamelt zich het koel water dat via een hevel wordt afgevoerd naar de haven. De kalkoven bezit een aantal nadelen zo gaat de surveillant verder . Voor het ‘’trekken””van de kalk moet de brander de ruimte in onder het bordes . Dat is dan wel in een minder heet gedeelte maar de temperatuur is zodanig dat daar slechts kort kan worden gewerkt. .Ook het “”beschikken’”van de oven is een probleem .Er is een ladder benodigd om de trog te legen en het mangat af te sluiten. Het grootste probleem is echter dat de kalkkwaliteit te wensen overlaat .
Omdat de fabriek is overgestapt naar het carbonatatie proces is er meer kalk benodigd zodat er schelpkalk worden betrokken van een naburige branderij Een herinnering aan een hier en daar kalkstoffige weg onderbouwt zijn betoog .Omdat de kalksteen niet goed wordt omgezet is er ook een tekort aan koolzuurgas . Gelukkig is dat een minder groot probleem want dat kan worden aangevuld met rookgas van een Kindleroven. Nog niet zo heel lang geleden werd dat gas met 10- 12 % kooldioxide gebruikt om sap te ontkalken. Een en ander is oorzakelijk voor een oneconomisch brandstof verbruik. Wij branden 3 delen kalksteen met 1 deel turf terwijl een naburige fabriek met een ander oventype daarmee 5 delen kalksteen brandt. Die oven vraagt minder controle ,is eenvoudiger te bedienen –kalksteen en turf worden gemengd gedoseerd – en er wordt een goede kwaliteit kalk verkregen .Hoewel cokes een anderhalf maal grotere warmte inhoud bezit dan turf zou het voor de hand liggen om cokes te gebruiken. Deze brandstof is duur omdat het evenals steenkool uit het buitenland moet worden aangevoerd .Het blussen van de kalk vindt plaats in een naast de oven liggende ruimte bezwangert met kalkstof . Alles is wit ook twee mannen die bezig zijn met het blussen van kalk in een grote met water gevulde bak .Er naast staat een even grote bak die voorzien is van een zeef waarna het van gries gezuiverde kalkmelk naar de sapzuivering gaat “”Bij de blushandelingen ontstaat er geen kalkstof en surveillant wijt het stof aan het ledigen van met schelpkalk gevulde zakken .

De wasserij

Het vele stof doet ons haastig de blusruimte verlaten zodat “”de Kindler “” in een nabij gelegen vertrek niet wordt bezichtigd .In plaats daarvan wordt het washuis voor filterzakken bezichtigd Deze werkzaamheden zijn volgens de surveillant van doorslaggevend belang voor het optimaal verloop van persen en filtreren. De wasserij ligt in de nabijheid van het bieten washuis Op weg er naar toe wordt gevraagd waarom geen koolzuur wordt gebruikt door zoutzuur te laten inwerken op kalksteen . De surveillant vertelt dat een Duitser met de naam “Schatten “ dat al heeft geprobeerd maar gezien de kosten en suikerontleding door inversie daarvan spoedig is teruggekomen Bovendien werd ontdekt dat carbonateren met zuiver koolzuurgas minder effectief bleek dan het gebruik van kalkovengas om dat daarin ook andere gassen aanwezig zijn De Fransman Rousseau zocht de oplossing in het verbranden van kolen in een schachtoven waarna hij de rookgassen gebruikte voor het carbonateren . Voor de uitvoering van dat proces benodigde apparatuur werd door de Duitser Kindler verbeterd We prijzen ons gelukkig dat deze installatie - gezien onze benarde koolzuurgas positie -bij het in gebruik nemen van de kalkoven niet is opgeruimd De Kindler, zo gaat de surveillant verder, bestaat uit een kleine schacht oven waarin turf wordt verbrand met een overmaat lucht waarna een zuigperspomp ( rookgaspomp ) het gas perst naar de carbonatatie bakken. Ondertussen is de wasserij bereikt en bij binnentreden van de ruimte klinkt er gezang van vrouwen die zakken spoelen en aan tafels zitten voor het verstellen van kapotte zakken. Dat alles bij eentonig klopgeluiden van rusteloos op en neer gaan van houten stampers. De stampers –walken genoemd -bewerken pers-en filterzakken in grote houten troggen onder periodiek toevoer van warm water. Het waswater suikerhoudend en bezwangerd van slib en persresten wordt geloosd in de haven Na een uur worden de zakken gespoeld en in een schroefpers ontdaan van overtollig water . Omdat de doorlaatbaarheid verbetert als de zakken niet worden gedroogd worden ze door kruiers zo snel mogelijk naar de fabriek gebracht .Pas na afloop van de campagne vindt het drogen van de vele zakken plaats .Het bezoek aan de wasserij maakt geen grote indruk maar deed begrijpen waarom ik het eens zo heldere water in het riviertje langzamerhand zag veranderen in een “schuimende ,stinkende –zwartkleurige kwaliteit “ naarmate de fabriek werd genaderd. Mijn ontboezeming doet de surveillant beamen dat de waterkwaliteit van de fabriekshaven tijdens de campagne weliswaar slecht is, maar dat de zwarte kleur en stank tijdelijk zijn omdat tijdens de zomermaanden het water weer helder is en er zelfs wordt gevist. Bovendien wordt de haven jaarlijks gebaggerd wat kwaliteit ten goede komt. Bij het verlaten van de wasserij valt me een vreemde geur op en vraag waar dat vandaan komt .Deze “”geur”” wordt veroorzaakt door ontbinding van persels zegt de surveillant. Omdat er geen vraag naar is worden de persels samen met de “’koppen”’ gebruikt als varkens voer . De gemeste varkens “ worden verkocht aan slagers uit naburige dorpen die op hun beurt leverancier zijn van ontvette beenderen De mesterij –bevindt zich achter de wasserij namelijk een grote schuur met een groot aantal getimmerde afscheidingen waarin “de bewoners “ luid knorrend onze aanwezigheid kenbaar maken aan de overige . Behalve varkenslucht is er de geur naar zweetvoeten vanwege grote hopen zwartkleurige persels. Mengsels van mest ,slib en beenderkool zijn een goede meststoffen voor bietenpercelen , besluit de surveillant en geeft te kennen dat de rondleiding teneinde is .Omdat ik nieuwsgierig ben naar het interieur van de slaapketen wordt gedraald met het nemen van afscheid en vraag of bezichtigen mogelijk is .De surveillant aarzelt en laat weten dat monsieur Gregoire -de “baardige buitenopzichter”, daarover beslist en verwacht een weinig hoopvol antwoord maar zegt hij “Ik wil het wel proberen .“ We lopen terug naar de loskade waarna de surveillant - na een gesprek met de opzichter -breed lachend terug komt, met de mededeling dat een dagploegkeet mag worden bezocht .Onderweg vertelt de surveillant dat de “buitenopzichter “een zeer verantwoordelijke functie bezit omdat hij niet alleen in overleg met de directeur bieten lossers aanneemt maar ook het personeel in het bieten washuis . Er zijn twee los ploegen Iedere ploeg telt t 25 personen waarvan iets minder dan de helft bestaat uit vrouwen . Reeds enige weken voor de aanvang van het raspen begint hij met een kleine ploeg zijn werkzaamheden omdat reeds bieten worden aangevoerd opdat met “ kuilen “ kan worden gestart .Tijdens de campagne moet het aantal te lossen schepen door de opzichter nauwkeurig worden geschat opdat ook gedurende de nacht voldoende voorraad aanwezig is .Bij verminderde aanvoer – tijdens de laatste weken van de campagne – worden nog te lossen schepen geïnspecteerd waarna hij samen met de directeur besluit welke ploeg moet worden ontslagen .“.De overige in de fabriek werkzame arbeiders worden voor de duur van de campagne aangenomen . Dat geldt ook voor jeugdige werkers want 15 % van het personeelsbestand bestaat uit kinderen van 12 jaar tot 16 jaar In de fabriek wordt gewerkt met twee ploegen die wekelijks wisselen zodat men in staat wordt gesteld zijn kerkelijke plichten te vervullen Intussen zijn we gearriveerd bij een aantal langgerekte houten barakken .Ze worden losketen genoemd . Elke keet bezit een kleine deur en aan de voor- en achterkant een aantal vensters In het midden van het vertrek is een gemetseld fornuis geplaatst afgedekt met een ijzeren plaat waarin een drietal gaten voor twee ijzeren potten en een waterketel , Zijdelings bevinden zich bedsteden Zakken waaruit geel stro sliert doen dienst als dek .Voor de bedsteden staan kisten waarin persoonlijke bezittingen van de lossers worden bewaard . Aan de achterzijde van het vertrek is er “’was gelegenheid “” bestaande uit een gemetselde gootsteen en twee koperen handpompen Verder is er een lange houten tafel en aan weerszijden houten banken. Twee grote olie lampen verzorgen in het donker de verlichting . Tijdens de middag vult een geur van zweet en kooklucht de ruimte en gerinkel van ketelhengsels en rumoerig gepraat overstemt het “”gedruis”” dat men hoort in stallen waar koeien herkauwen . Na het eten speelt vermoeidheid bij sommigen parten zodat een aantal zich nog bevindt in de keten . Staande in de deuropening roept de opzichter “” Des hommes allez c’’est temps “ (Mannen kom het is tijd). Na deze “”illustrerende “” mededelingen maakt de surveillant aanstalten om te vertrekken en vraagt of ik nu tevreden ben . “Bien sûr monsieur Du Pre (zeker meneer du Pre ), antwoord ik en vervolg : ‘’ je suis tres content et je vous remercie pour votre patience et les explications evident de fabrication du sucre en votre usine !’’ (ik ben zeer tevreden en ik dank U voor uw geduld en de duidelijke uitleg van de suikerfabricage in uw fabriek )“. Au revoir monsieur “ (tot weerziens Meneer )besluit de surveillant met een handdruk en verdwijnt in de menigte op de fabriekskade .Op de terugweg overdenk ik het indrukwekkende bezoek en voor er weet van te hebben is de herberg bereikt Omdat de postkoets vroeg in de ochtend bij de herberg zal arriveren maak ik met de waard een afspraak om mij in het holst van de nacht te wekken om het “buitengebeuren” van de fabriek tijdens de nacht te aanschouwen . Met het geven van een goede fooi verandert de aanvankelijk stugge houding van de waard . Hij stemt toe met overdreven vriendelijkheid. “De slaap kan niet worden gevat” en goed en wel te zijn gedut word ik geschrokken wakker door hevig gebons op de planken vloer met de roep :”se lever “ (opstaan ) . Nog “duf “kleed ik me aan ,strompel de ladder af en ontdek in de “”gastruimte”” een vriendelijke waard die bij aanvang van het ontbijt “bon appetit monsieur ” (smakelijk eten meneer ) mompelt. Als bij het nuttigen in gebrekkig Frans verslag wordt gedaan van het fabrieksbezoek en het nachtelijk plan is zijn nieuwsgierigheid bevredigd . Zijn waarschuwing bij vertrek : “Monsieur soyez prudent il ya des brigands”, (Meneer wees voorzichtig er zijn struikrovers ) ten spijt ,loop ik bij het zwakke schijnsel van een olielamp opnieuw langs de donkere zandweg op weg naar de fabrieken .Bij aankomst is er ook op dit uur een en al activiteit . Door de stilte van de nacht zijn de zware geluiden van de machinerieën nog beter hoorbaar afgewisseld ,door loeiende fluit stoten -kreten van waakzaamheid - vanwege stoom “overmoed Er zijn spaarzaam verlichte lokalen zichtbaar en ik herinner de smoorhitte ,hardwerkende ,sterk bezwete ,halfnaakte arbeiders .Op de bietenterreinen –met olielampen zwak verlicht –zie ik lossers van de nachtploegen gestaag kruiwagens gevuld met bieten zeulen naar de washuizen om de continue honger te stillen van de in stoomwolken gehulde “”monsters’.’ In de schaduwen zijn nog juist de “” losketen “”zichtbaar met slapende oververmoeide mensen : “ bietenlossers” –mannen en vrouwen- van de dagploegen Op de terugweg naar de herberg concludeer ik een grote ervaring rijker te zijn geworden en mompel : “Het zoet” in de beetwortels “ wordt hier duur betaald “.

Reacties

Hoe kom ik aan een print-vriendelijke versie van de verhalen die op deze site zijn geplaatst. B.V. het verhaal van Dhr Lubbers over de suikerfabricage rond 1860??

Wat een kostelijk relaas over de bietenkroten en suiker. Mooi ook dat franse tintje. Ik heb er met veel plezier kennis van genomen. Eerder al waagde ik me aan je publicaties rond mestvergisting. Allemachtig, wat spreekt daar een kennis uit rond deze materie. Mijn complimenten.
Groet van Hilda, overkant WK 13.

Achtergrond informatie
uit :Louis Walkhoff ""Der praktische Zuckerruben fabrikant und Raffinadeur 1867 ""
Alle gegevens daaruit ontleend

opmerking
In 1867 werd er in West Brabant plaatselijk Frans gesproken,zoals dat nu nog het geval is in Vlaanderen (denk aan de Voerstreek)Enige jaren geleden ontving ik ter inzage een laboratorium boek van de voormalige suikerfabriek '"Groenendijk"
(anno 1910) De inhoud ic opmerkingen van dienstdoende chemikers waren in het Frans gesteld !

In 1871 werd in Groenendijk(buurtschap bij Geertruidenberg)
door Van Campenhout & Compagnie een bietsuikerfabriek opgericht die één der grootste van
Nederland is geweest. Tijdens de campagne in 1874 werkten er 300 mensen.De fabriek werkte tot 1902 De dagtekening van het genoemde laboratorium boek van die fabriek was na informatie November 1898

Stijlverbetering aanvang tekst
We schrijven September 1867. In de dertien stoom beetwortelsuikerfabrieken die Nederland telt, is de bietencampagne in volle gang . De meeste fabrieken zijn gevestigd in “”de suikerhoek “” (West Brabant ) .In tijdschriften ,onder ander het “Nederlands Magazijn “,werd 26 jaar geleden ,driftig melding gemaakt hoe deze cultuur en landbouwindustrie -in navolging van Duitsland en Frankrijk -ook in ons land tot bloei kwam .

Reageer

 

   (c) Copyright Startpagina BV